Auteursrechten

Start ] Cartoons Limburg ] karikaturen ] [ Auteursrechten ] Klasse ] projecten ] Deze Week ]

Uittreksel uit de wet van 30 juni 1994 inzake het auteursrecht en de naburige rechten (Belgisch Staatsblad, 27 juli 1994).

1. Toelating tot reproductie

Art 1.§1.: Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook te reproduceren of te laten reproduceren.

Dat recht omvat onder meer het exclusieve recht om toestemming te geven tot het bewerken of het vertalen van het werk.

Dat recht omvat ook het exclusieve recht om toestemming te geven tot het verhuren of het uitlenen van het werk.

Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het werk volgens ongeacht welk procédé aan het publiek mede te delen.

2. Moreel recht

Art. I.§ 2.: De auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft op dat werk een onvervreemdbaar
moreel recht.

De globale afstand van de toekomstige uitoefening van dat recht is nietig.

Het omvat ook het recht om het werk bekend te maken.

Niet bekendgemaakte werken zijn niet vatbaar voor beslag.

De auteur heeft het recht om het vaderschap van het werk op te eisen of te weigeren.

Hij heeft recht op eerbied voor zijn werk en dat maakt het hem mogelijk zich te verzetten tegen elke wijziging ervan.

Niettegenstaande enige afstand behoudt hij het recht om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van dit werk dan wel tegen enige andere aantasting van het werk, die zijn eer of zijn reputatie kunnen schaden.

v3. Duur
Art.2.§1.: Na het overlijden van de auteur blijft het auteursrecht gedurende zeventig jaar bestaan ten voordele van de persoon die hij daartoe heeft aangewezen of, indien dat niet is gebeurd, ten voordele van zijn erfgenamen, overeenkomstig artikel 7.

 

4. Restrictieve interpretatie van afstanden

Art. 3.§ 1.al.3: De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen
ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren; met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang
tot zijn werk behouden.

5. Overdracht van een werk van Beeldende Kunsten

Art. 9. Tenzij anders is overeengekomen, wordt bij de overdracht van een werk van beeldende kunst aan de verkrijger het recht overgedragen het werk als dusdanig tentoon te stellen, in omstandigheden die geen afbreuk doen aan de eer of de faam van de auteur; de
andere auteursrechten worden echter niet overgedragen.

Tenzij anders is overeengekomen of tenzij andere gebruiken heersen, heeft de overdracht van een werk van beeldende kunst het verbod tot gevolg om er andere identieke exemplaren van te maken.

 

6. Portret
Art. 10. De auteur of de eigenaar van een portret dan wel enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, heeft niet het recht het te reproduceren of aan het publiek mede te delen zonder toestemming van de geportretteerde of, gedurende twintig jaar na diens overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden.

 

7. Wederkerigheid buitenlandse auteurs

Art. 79. al.1 Onverminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten gelden de bij deze wet gewaarborgde rechten in België ook voor de buitenlandse auteurs en buitenlanders die naburige rechten genieten, maar niet voor een langere termijn dan bij de Belgische wet is bepaald.

8. Strafbepalingen

Art.80. Hij die kwaadwillig of bedrieglijk inbreuk pleegt op het auteursrecht en de naburige al.1,2 en 3: rechten, is schuldig aan het misdrijf van namaking.

Hetzelfde geldt voor de kwaadwillige of bedrieglijke aanwending van de naam van een auteur of van een persoon die een naburig recht geniet, of voor enig door hem gebruikt distinctief kenmerk om zijn werk of prestatie aan te duiden. De aldus tot stand gebrachte voorwerpen worden als nagemaakt beschouwd.

Hij die voorwerpen, wetende dat zij nagemaakt zijn, verkoopt, verhuurt, te koop of te huur stelt, in voorraad heeft voor de verkoop of de verhuur of in België invoert voor commerciële doeleinden, is schuldig aan hetzelfde misdrijf.

 

9. Burgerlijke rechtsvordering ter zake van auteursrecht

Art. 87. Onverminderd de bevoegheid van de rechtbank van eerste aanleg, stelt de voorzitter van
§1, al.1, 2 deze rechtbank het bestaan vast van een inbreuk op het auteursrecht of op een naburig
en 3. recht en beveelt dat daaraan een einde wordt gemaakt.

De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding.

Op de vordering wordt uitspraak gedaan, niettegenstaande enige vervolging die voor de
strafrechter wordt ingesteld wegens dezelfde feiten.

Art. 87. §2: De overhandiging van de nagemaakte voorwerpen en platen, vormen, matrijzen of andere gereedschappen die rechtstreeks gediend hebben tot het plegen van de namaking en die nog in het bezit van de verweerder zijn, kan worden bevolen in mindering van de aan de eiser verschuldigde schadevergoeding.

De verweerder die te kwader trouw is, wordt veroordeeld tot verbeurdverklaring van de nagemaakte voorwerpen en van de platen, vormen, matrijzen of andere gereedschappen die rechtstraaks gediend hebben tot het plegen van de namaking of, in voorkomend geval, tot de betaling van een som gelijk aan de prijs van deze voorwerpen of andere reeds overgedragen goederen.

dvercampt@skynet.be

 

dvercampt@skynet.be

SABAM

Top